De Hindoestaanse Vereniging Laakkwartier Noord in de Molenwijk.
Om de geschiedenis van de HVL in een algemeen kader te plaatsen volgt hieronder eerst een citaat uit “Buren van Buiten” door Wim de Jong en Paul van der Grinten: “De Molenwijk is een deel van het Laakkwartier en bestond uit gemeentewoningen van voor 1920. Daar woonden voornamelijk lagere semi-overheidsfunctionarissen zoals spoorwegemployees, werknemers van de Haagse Tramwegmaatschappij en boden van het stadhuis. Vanwege hun uniformen stond de wijk bekend als een ‘koperen knopenbuurt’.
Voor de tweede Wereldoorlog heerste hier orde en netheid. Een netheid die mede afgedwongen werd door de woninginspectie. Volgens de normen van rond de oorlog stonden de woningen als ‘goed’te boek. In de jaren zestig veranderde dat als gevolg van nieuwe opvattingen over wooncomfort. Een populaire aanduiding voor dezelfde woningen werd nu: “Kippenhokken”, doelend op het feit, dat de woningen wel groot waren, zeven of acht kamers, maar de kamers klein. Met een modern bankstel was de woonkamer meteen gevuld en plaats voor een koelkast was er niet, zo werd ons verteld. Overal wilden mensen, die het zich financiëel konden veroorloven een groter en duurder huis betrekken. Dat kon toen er in korte tijd veel werd gebouwd.
Er ontstond in alle grotere steden een van overheidswege gestimuleerde trek naar nieuwe buitenwijken. Ook uit de Molenwijk trokken mensen weg. De vrijgekomen buurten werden betrokken door Hagenaars die uit andere buurten weg moesten, meestal voor de ‘city-vorming’. Dat was de nationale leus: in binnensteden van grote steden moesten meer winkels en kantoren komen en die moesten beter toegankelijk worden voor auto’s. Grote delen van wijken werden daarvoor met de grond gelijk gemaakt. Deze Hagenaar uit afbraakbuurten, vaak bestempeld als ‘moeilijk plaatsbare gezinnen” werden niet altijd door woningcorporaties opgenomen. Vaak kwamen deze bewoners in de gemeentewoningen in Molenwijk terecht.
Algemeen wordt aangegeven dat toen het verval van de wijk is ingezet. Men spreekt van ‘normvervaging’. Woningen werden verwaarloosd en uitgewoond. Als voorbeeld wordt genoemd dat sommige bewoners hun eigenvoordeur intrapten als ze de sleutel waren vergeten. Er werden branden gesticht en de onveiligheid nam toe. Er was zelfs sprake van terreur door enige families. Molenwijk kreeg een steeds slechtere naam en degenen, die daartoe in staat waren vertrokken alsnog uit de wijk.
Geleidelijk zijn er in de jaren zeventig ook alltochtonen in de wijk gekomen. Zij zochten goedkope huurwoningen en waren daarom aangewezen op gemeentewoningen.
Hoe de Hindoestanen, oorspronkelijk afkomstig uit India, in Nederland terecht kwamen. Toen op 5 juni 1873 het zeilschip Lalla Rookh aan de kade in Paramaribo, Suriname aanlegde en de eerste contractarbeiders uit India aan land gingen, hadden de laatsten er geen idee van, dat veel van hun nakomelingen een eeuw later voorgoed in het veel Noordelijker gelegen koude Nederland terecht zouden komen. De wegen van de tijd zijn ondoorgrondelijk. Voor die werkers van het eerste uur was de arbeid op de voorheen door Afrikaanse slaven bewerkte plantages hard en slechtbetaald. De veerkracht van veel van de nieuw aangekomenen bleef echter ongebroken en ondanks de harde omstandigheden wortelde men in het nieuwe land en kreeg kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
De twee laatste categoriëen kwamen omstreeks de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 als Nederlander naar Nederland. Al gauw bleek ook hier, dat de weg in de samenleving niet altijd zo gemakkelijk te vinden was en men had behoefte aan wederzijdse steun en wegwijs.
Mede daarom werd in december 1981 het plan geboren om in de Molenwijk in Den Haag in het Laakkwartier een Hindoestaanse werkgroep op te richten. Al gauw bleek, dat deze in een behoefte voorzag en in maart 1982 is zij volgens zeggen echt van start gegaan met specifieke culturele activiteiten als Hindi- en muzieklessen, bustochten en culturele feesten, diegrandioos liepen. Er kwamen drie- tot vierhonderd mensen op zo’n avond. De activiteiten werden uitgebreid met voetballen, zang, dans, huwelijks- en geboortefeesten en men pakte ook de belangenbehartiging op.
Op 23 februari 1987 is de werkgroep in een rechtspersoon en professionele vereniging omgezet. Het is duidelijk te zien aan de steeds gecompliceerder maar ook verzorgder correspondentie en de explosieve toename van het aantal activiteiten. In het jaar van omzetting van de werkgroep in een Vereniging, is meteen maar op 18 april 1987 het 5-jarig bestaan van de werkgroep gevierd in Laakhage. De subsidie aanvraag voor 1000 gulden van de gemeente Den Haag en de uitnodigingen waren nog met de hand geschreven. Op 6 februari 1984 had HVL twee uur per week spreekuur in centrum Molenwijck. Op die dag ook ging er een verzoek naar het huizenoverleg Molenwijk, Erik Bezemer, Laakhage, Ger van Soest, De Spil en Ben Vlasveld, Molenwijck, om een eigen kantoorruimte in de Spil, Noordpolderkade 173, om elke dag de hulpvragen van mensen te kunnen beantwoorden. Die is er toen ook gekomen.
Toen in 2005 de Spil afgebroken werd kreeg de HVL een eigen ruimte in Wijkcentrum Laakhage aan de Peilstraat 67. In 2000 was er sprake van dat de accommodatie, die voorheen gratis was, voortaan betaald moest worden, zodat er veel lessen niet meer gegeven konden worden, maar wethouder Klijnsma zegde in 2002 toe, dat de accommodatie nog steeds gratis ter beschikking zou worden gesteld. Geldperikelen zijn altijd een onvervreemdbaar deel van het verenigingsleven en een aardige anecdote over hoe het er vroeger aan toe ging, gaat als volgt: De HVL diende een begroting in bij de Welzijnsorganisatie werkzaam in Laak Noord. Van Welzijn kreeg men dan de subsidie. Als er na de activiteit iets van over was werd het teruggestort naar Welzijn. Eigenlijk was de subsidieregeling met Welzijn niet goed. Er bleef veel geld over, dat eigenlijk van de HVL was. Een paar jaar later besloot HVL om een eigen rekening te openen en het geld dat over was terug te vragen van Welzijn. Er is wel een deel van teruggegeven, maar er was veel ook tussen neus en lippen door Welzijn zelf opgemaakt.
Vandaag de dag gaat het beter en wordt er rechtstreeks vanuit HVL subsidie aangevraagd. De Vereniging is ontstaan in wat het pre-computer tijdperk was. De eerste computer die door HVL werd aangeschaft in de 80-er jaren had slechts een vermogen van 45 MB. Het was een Philips. Jammer genoeg is er uit de oude tijden van het bestuur maar heel weinig archief over gebleven. Alles stond bij Welzijn, zowel financiëel als administratief en is na de herstructurering van Welzijn naar het Gemeentearchief gegaan.
Heden ten dage is de HVL ook lid van het Platform Multicultureel Laak, v/h Commissie Laak. Alle autochtone en allochtone organisaties van bewoners zijn erin vertegenwoordigd, samen met de mensen van het stadsdeelkantoor Laak, waardoor er korte communicatielijnen zijn zowel met de gemeente als met de bewoners onderling. Op deze manier kan de Vereniging direct invloed uitoefenen op het beleid in het stadsdeel. Andersom geldt trouwens ook.
